Feedback geven op schrijfproducten

Beschrijving onderwijssituatie

De leerkracht van groep 7/8 heeft met haar klas gediscussieerd over de stelling: Onder de 16 jaar? Geen mobiel! Leerlingen hebben er vervolgens een brief naar hun eigen schooldirecteur over geschreven (zie opdracht). Na afloop heeft de leerkracht schriftelijk feedback gegeven op de schrijfproducten van de leerlingen.

Kijkvraag

  1. Lees beide schrijfproducten en let daarbij vooral op de feedback van de leerkracht.


Schrijfproducten



Materialen

De schrijfopdracht die de leerlingen kregen.

 

Opdrachten

  1. Vergelijk de twee brieven. In hoeverre hebben deze leerlingen voldaan aan de opdracht? 
  2. Vergelijk ook de feedback van de leerkracht op de twee schrijfproducten. Welke verschillen en overeenkomsten zie je? Welke feedback vind je minst bruikbaar? Waarom?
  3. Welke feedback zou je zelf teruggeven aan deze twee leerlingen?
  4. De tweede brief heeft een ruim voldoende gekregen van de leerkracht. Waar let je zelf op bij het beoordelen van schriftelijk werk van leerlingen? Als jouw klas deze opdracht zou krijgen, aan welke eisen zou de brief dan moeten voldoen om een voldoende te krijgen? 

 

Kennisbasis

  1. Feedback op schriftelijk taalgebruik kan zowel op de inhoud als op de vorm gericht zijn. Daarnaast kan de feedback zich zowel richten op het schrijfproces als het schrijfproduct. Welke van deze elementen zie je terug in het feedback van de leerkracht? 
  2. Bruikbare feedback is vragend en niet beoordelend. In welk voorbeeld zie je dit terug? Waarom zou dit het meest bruikbaar zijn voor de leerling?
  3. Ga na op welke manier de leerkracht in zijn feedback omgaat met verschillen in schriftelijke vaardigheden. Sluit hij voldoende aan bij de taalachtergrond van de leerlingen? Licht je antwoord toe.  

Taalcompetenties

6: Een schriftelijke evaluatie geven

De leraar kan een schriftelijke evaluatie formuleren over leerprocessen en over producten, over gedrag en attitudes van leerlingen in functie van hun totale ontwikkeling.

Belangrijk is om bij schriftelijk werk van leerlingen op verschillende aspecten te letten. Is het doel van de opdracht bereikt? Is er rekening gehouden met het lezerspubliek? Is er sprake van een logische opbouw en samenhang? Maar ook: klopt de spelling, zinsbouw, interpunctie en grammatica? Zijn de conventies voor het schrijven van een brief gehanteerd?

Een nakijktabel - zoals bij het schrijven van een werkstuk gehanteerd wordt in praktijkvoorbeeld xx - (zie http://www.webquests.nl/matrix/wq094/05beoproef.htm), kan leerlingen helpen hun eigen of elkaars werk kritisch te bekijken, om het vervolgens te verbeteren.