Taalproductie uitlokken: een prikkelende start

Beschrijving onderwijssituatie

Stagiaire Ilse zit in een kleine kring met zes kinderen uit groep 1-2. Ilse heeft in de praktijk gemerkt dat ze teruggetrokken kinderen onvoldoende bij het gesprek kan betrekken, ook niet met open en uitnodigende vragen (haar leerpunt). Daarom heeft ze een ‘prikkelende gespreksopening’  bedacht. Zonder veel te zeggen houdt ze een voorwerp omhoog: een medaille. Het actuele thema dat op dat moment in de klas centraal staat is: ‘Olympische Spelen’. De medaille ontlokt reacties. Ook de stille kinderen, zoals Jochem, hebben inbreng. In praktijkvoorbeeld 7 (Pabo: mondelinge taalvaardigheid) ’Feedback geven: doorgaan op de inbreng van de kinderen’ zie je nog een ander fragment uit dit gesprek, met andere belangrijke interactie-aspecten.

Kijkvraag

Hoe reageert Ilse op de inbreng van de kinderen?

 



Videofragmenten



 

Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Opdrachten

  1. Wissel uit:Welke verschillende soorten inbreng hebben de kinderen?
  2. Discussie: Herken je Ilse’s probeem met de stille kinderen? Wat doe jij in een dergelijke situatie?
  3. Wissel uit:Wat is het effect van Ilse’s oplossing voor het probleem?
  4. Discussie: Ilse praat hier met een heterogeen groepje kinderen, om de ‘teruggetrokken’ kinderen in dit groepje aan de praat te krijgen. Wat zijn manieren om stille kinderen tot taalgebruik te stimuleren zonder dat andere kinderen daaronder lijden? En hoe ga je om met kinderen die altijd willen praten?
  5. Stage: Stel een kleine kring samen met vlotte en minder vlotte praters. Bedenk een prikkelende opening en daag de minder vlotte praters uit om ook een bijdrage te leveren. Laat je observeren aan de hand van een kijkwijzer die je zelf opstelt.

Kennisbasis

In ieder gesprek worden denkrelaties verwoord. Deelnemers doen dat in hun eigen bijdragen maar ook tussen bijdragen van verschillende deelnemers zijn denkrelaties waarneembaar. Welke denkrelaties worden in dit gesprek gelegd? Geef voorbeelden.

Taalcompetenties

1: Gesprekken voeren met leerlingen

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

Subdoel 1.2 De leraar kan goede gesprekken voeren in functie van het doel en de inhoud van het gesprek én aangepast aan het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen.

  • taalproductie stimuleren:
  • ruimte scheppen voor veel bijdragen en initiatieven van leerlingen;
  • praten over voor alle partners zinvolle inhouden die de totale ontwikkeling

(socio-emotionele ontwikkeling, taal- en denkontwikkeling, kennisverwerving,…) stimuleren;

 

Ilse start het gesprek op door een medaille te laten zien. Ze zegt weinig en geeft de kinderen daarmee veel ruimte. Kinderen nemen deze ruimte en gaan beredeneren hoe juf Ilse aan deze medaille komt. Het onderwerp is zinvol omdat het mooi aansluit bij het thema ‘Olympische spelen’ dat op dat moment in de klas centraal staat. Kinderen worden aangezet tot nadenken en tot het verwoorden van hun gedachten. Ze komen daarmee meer te weten over medailles en wedstrijden en hun taal- en denkontwikkeling krijgt een impuls.