Taalproductie uitlokken - ruimte geven: Coachingsgesprek

Beschrijving Onderwijssituatie

Student José is in gesprek met haar docent-coach. Het gesprek vindt plaats naar aanleiding van José’s kringgesprek over het prentenboek Douwe Das, waar ben je?. Samen kijken ze naar de beelden van het gesprek en bespreken ze in hoeverre het José gelukt is aan haar leerpunten te werken.

Kijkvraag

De coach laat José zelf verwoorden hoe ze het oefenen van haar leerpunt ervaren heeft. Hoe doet José dat?


Videofragmenten



Fragment 3: Coachingsgesprek

Klik hier voor het transcript bij fragment 3.

Materialen

Opdrachten

  1. Wissel uit: Bekijk het fragment waarin José het prentenboek van Douwe Das bespreekt nogmaals en bekijk ook het coachinggesprek. Wat zegt José dat ze aanvankelijk moeilijk vond ? En wat heeft ze door te oefenen ervaren? Hoe doet ze het nu, vind jij?
  2. Discussie: In een gesprek met een aantal kinderen zijn er altijd praters en stille kinderen. Wat zijn manieren om kinderen die niet veel zeggen aan de praat krijgen?

Kennisbasis

Taalproductie uitlokken suggereert de leraar in een actieve rol. Over welke vorm van ‘uitlokken’ praten José en haar coach?

Taalcompetenties

Uit: Paus e.a. (2003) - Dertien doelen in een dozijn.

Doelstelling 1: Gesprekken voeren met leerlingen

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

Subdoel 1.1:  De leraar kan analyseren welke talige acties van hem (zoals het stellen van vragen en het geven van antwoorden en feedback) aan het gespreksdoel voldoen.

José voert een gesprek waarin ze reflecteert op haar eigen gedrag naar aanleiding van videobeelden. José benoemt haar (talige) acties die ze in het videofragment terugziet en het effect daarvan op de deelname van de leerlingen. Ze kan aangeven waarom die acties van belang zijn voor taalontwikkeling.