Taalproductie uitlokken - ruimte geven: Reconstructie van het verhaal

Beschrijving onderwijssituatie

In de periode voorafgaand aan de training ‘Interactievaardigheden  voor taal- en denkontwikkeling’ zit stagiaire José met een kleine groep van 8 kinderen uit groep 1 in een kring.
Een al eerder voorgelezen prentenboek wordt in herinnering geroepen. José vraagt de kinderen of ze nog weten wat er allemaal gebeurde in het verhaal.
Met behulp van deze opname kiest José haar leerpunt in de training ‘Interactievaardigheden voor taal- en denkontwikkeling’.

Kijkvragen

  1. Geeft José de kinderen ruimte? Zo ja, hoe doet zij dat?
  2. Noteer letterlijk de reacties van de kinderen. Wat brengen zij in?
  3. Bekijk deze uitingen. Hoe lang zijn de reacties gemiddeld?


Videofragmenten



 

Fragment 1: Reconstructie van het verhaal

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Materialen

  • Uit: Damhuis, R., A. de Blauw en N. Brandenbarg, (2004) - CombiList, een instrument voor taalontwikkeling via interactie, Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands

Opdrachten

  1. Wissel uit: Op welke momenten in het gesprek had José (meer) ruimte kunnen bieden? Hoe had ze dat kunnen doen?
  2. Wissel uit: Vergelijk de manier waarop José ruimte biedt in dit fragment met de manier waarop ze dit doet in fragment 2 ‘Voorspellingsvragen stellen’.
  3. Discussie: Hoe interactief is interactief voorlezen eigenlijk ? Waar moet je op letten wil er echt sprake zijn van interactie?
  4. Discussie: Waar zitten bij deze activiteit de mogelijkheden om kinderen zelf te laten denken en praten?
  5. Stage: Voer een gesprek in de kleine kring en laat je observeren aan de hand van CombiList Deel B, onderdeel 3 of maak een video-opname en observeer jezelf. Noteer naar aanleiding daarvan werkpunten.

Kennisbasis

Met taalontwikkelende interactievaardigheden doelen we op de vaardigheden begrijpelijk taalaanbod realiseren, taalproductie uitlokken en feedback geven. Hiermee stimuleert de leraar de taalontwikkeling van leerlingen. Welke van deze vaardigheden zie je terug in dit fragment? Geef voorbeelden.

Taalcompetenties

1: Gesprekken voeren met leerlingen

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

José voert met een groep kleuters een gesprek over een prentenboek dat ze eerder gelezen hebben. Het onderwerp is door haarzelf aangedragen. Het doel van het gesprek is de kinderen het verhaal laten reconstrueren.

Ze vraagt de kinderen of ze nog weten wat er allemaal gebeurde in het verhaal. Daarbij is het van essentieel belang dat ze taalproductie stimuleert door de leerlingen aan het woord te  laten en alleen vragen te stellen als dat nodig is. Met haar positieve feedback motiveert ze de leerlingen tot deelname aan het gesprek.
José hanteert begrijpelijk taalaanbod. Ze geeft echter weinig ruimte aan de leerlingen. Ze stelt achter elkaar vragen en prijst de kinderen veelvuldig. Daardoor geeft ze in feite weinig gelegenheid voor eigen bijdragen van de kinderen.  Haar feedback bestaat voornamelijk uit bevestiging: ze knikt, ze herhaalt de uiting en soms breidt ze deze uit. Ze heeft een te sterk leidende rol in dit gesprek.