Werken aan taaldoelen in de geschiedenisles

Beschrijving onderwijssituatie

Op de basisscholen de Ster, de As Soehhaf en de Goeman Borgesius in Amsterdam werken kinderen waar mogelijk in zaakvaklessen aan de doelen uit de taalmethode. Door taal en zaakvakken op elkaar af te stemmen en alle lessen rond thema’s te ordenen, kun je meer ruimte creëren voor de taalontwikkeling van kinderen. Zo wordt de taalles over mode gecombineerd met de geschiedenisles over mode. De taaldoelen worden met de aanpak niet alleen tijdens de taallessen gerealiseerd, maar ook tijdens de thematische activiteiten rond het zaakvak.

Kijkvraag

Hoe combineren de leerkrachten in het filmpje de taalles met de zaakvakles? Hoe zijn ze begonnen? En hoe hebben ze dit vervolgens uitgebreid?



Videofragment



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.



Opdrachten

  1. Frederik, de leerkracht van groep 5, geeft aan dat hij graag wil dat de aangeboden mode-woorden worden verwerkt in een presentatie of werkstuk. Hoe houdt hij hier zicht op? Wat zou je als leerkracht kunnen doen om te stimuleren dat het taalaanbod leidt tot een goede inhoudelijke presentatie?
  2. Ciska, de leerkracht van groep 5/6, vertelt dat je de kerndoelen goed in de gaten moet houden. Met welke van deze kerndoelen Nederlands heeft Ciska al gewerkt in haar lessen? Binnen welk domein vallen deze doelen? Kies drie kerndoelen uit andere domeinen binnen Nederlands en ontwerp bij elk doel een zaakvakles over mode waarin aan dit doel gewerkt wordt. 
  3. Anja, de specialist taal- en zaakvakken, vertelt over een themahoek en themamuur die ingericht worden naar het thema. Hoe verwerk je hierin de talige kant van het thema? Geef concreet aan wat je daarvoor zou opnemen in de themahoek of themamuur en welk talig doel je daarmee wilt bereiken. 
  4. Zoek in de taalmethode op je stageschool naar doelen die volgens jou ook te bereiken zijn met opdrachten in de zaakvakles:

                 a) Zijn er overlappende thema’s te ontdekken in beide methodes?

                 b) Zijn er terugkerende taallessen die je makkelijk met de zaakvakles zou kunnen combineren?

                 c) Hoe zorg je ervoor dat de taaldoelen uit de taalmethode in de zaakvakles behaald worden?

                 d) Breid je de zaakvakles uit of pas je het aan? Hoe doe je dat?

Kennisbasis

  1. De leerkrachten uit het filmpje ontwerpen taalgerichte vaklessen. Heb je het idee dat er in de groepen van Frederik en Ciska evenveel aandacht aan de vakinhoud als aan taal besteed wordt? Waar baseer je dat op? Als er meer aandacht is voor de vakinhoud, hoe zou je de taal dan een belangrijkere plek in het project kunnen geven?
  2. Ciska wil met haar lessen transfer van begrijpend leesstrategieën (‘Ik wil weten, ik wil vertellen’) naar de geschiedenisles realiseren. Heb je het idee dat de transfer hier effectief is? Zou het zowel bijdragen aan de vakinhoud als aan de taalvaardigheid?
  3. Bij het onderdeel ‘Ik wil weten, ik wil vertellen’ zijn de kinderen bezig met samenwerkend leren. Aan welke voorwaarden voor succesvol samenwerkend leren wordt voldaan? Hoe zou je de interactie tussen de kinderen naar aanleiding van deze opdracht zo optimaal mogelijk kunnen maken? Hoe zou je een klassikale nabespreking organiseren?
  4. Tijdens de thematische activiteiten wordt gewerkt aan woordenschatopbouw. Frederik geeft aan dat veel kinderen een taalachterstand hebben. Hoe krijg je zicht op hun aanwezige netwerk van woorden? En hoe zorg je ervoor dat de uitbreiding hiervan systematisch en goed verloopt?

Taalcompetenties

    3. Mondeling opdrachten geven 

 De leraar kan mondeling opdrachten geven met betrekking tot klasmanagement en taakuitvoering.

Frederik geeft de opdracht om de modeshow schriftelijk voor te bereiden: de leerlingen moeten opschrijven wat ze nodig hebben en gaan doen bij de modeshow. Hij blikt terug op de voorgaande weken en vooruit naar wat het einddoel is. Dit draagt bij aan de reflectie van leerlingen op hun proces. Door te kiezen voor een presentatie en een modeshow worden de leerlingen uitgenodigd tot actieve deelname en kan beoordeeld worden of de opdrachten begrepen zijn. Naar aanleiding daarvan kan feedback worden gegeven om daarmee de woordenschat te vergroten.

Ciska bespreekt met de leerlingen de vervolgopdracht bij de opdracht ‘Ik wil weten, ik wil vertellen’. Ze geeft verschillende voorbeelden van hoe de leerlingen de informatie kunnen verkrijgen die ze nodig hebben. Daarbij wil ze dat de leerlingen gebruik maken van samenwerkend leren. Door de leerlingen zelf te laten ontdekken en dit te delen met degene met wie ze samenwerken, wil Ciska de taalproductie stimuleren. Het is daarbij belangrijk dat ze zelf ook beschikbaar blijft om te registreren waar het leren van nieuwe vakinhouden goed of minder goed verloopt.