13 doelen

6. Een schriftelijke evaluatie geven

De leraar kan een schriftelijke evaluatie formuleren over leerprocessen en over producten, over gedrag en attitudes van leerlingen in functie van hun totale ontwikkeling.


Subdoelen:

6.1 De leraar kan analyseren welke aspecten hij in de geschreven commentaar zal betrekken (bijvoorbeeld sterke en zwakke punten, verwachte prestaties of noodzakelijke verbeteringen) en op welke manier hij die zal verwoorden in functie van het doel van de rapportage (zoals feedback op een concreet leerlingproduct, algemene beoordeling na een afgesloten periode, rapporteren van gedragsstoornissen,…) Hij houdt bij dit alles rekening met de totale ontwikkeling van de leerling en met het effect van zijn commentaren op de leerling.

6.2 De leraar kan begrijpelijk en correct commentaar formuleren over product en proces, aangepast aan het doel van de rapportage en rekening houdend met de totale ontwikkeling van de leerling.

Dat houdt in dat de leraar:

  • een schriftelijke evaluatie kan geven over het ontwikkelings- en leerproces van leerlingen op het vlak van prestaties, vaardigheden, gedragingen, attitudes;
  • gerichte, gedetailleerde en opbouwende feedback kan geven over concrete leerling-activiteiten (zoals een opstel of verslag schrijven, een groepswerk uitvoeren,een proef uitvoeren,…) waarbij hij ingaat op product en leerprocessen;
  • aanzetten kan formuleren die de leerling uitnodigen om te reflecteren over zijn leerproces en het eventueel bij te sturen.

6.3 De leraar kan zijn geschreven commentaar beoordelen op impact op de leerling, adequaatheid en correctheid tijdens en na het schrijven, en aanpassen indien nodig.

Praktijkvoorbeelden