SBL competenties

3. Vakinhoudelijk & didactisch

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet de leerlingen/deelnemers helpen zich de leerinhouden van een bepaald vak of beroep eigen te maken en vertrouwd te raken met de manier waarop die in het dagelijkse leven en in het werk gebruikt worden. (…)
Een leraar die vak- of beroepsinhoudelijk en didactisch competent is, creëert een krachtige leeromgeving, onder andere door het leren in verband te brengen met realistische en voor de leerlingen/deelnemers relevante toepassingen van kennis in beroep en maatschappij.

Bekwaamheidseis

De leraar voortgezet onderwijs en bve heeft voldoende inhoudelijke en didactische kennis en vaardigheid om een krachtige leeromgeving tot stand te brengen waarin leerlingen/deelnemers zich op een goede manier de leerinhouden van een bepaald vak op beroep eigen kunnen maken.

 

Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis moet de leraar voortgezet onderwijs en bve het volgende doen:

  • hij vormt zich een goed beeld van de mate waarin de leerlingen/deelnemers de leerinhoud beheersen en van de manier waarop ze hun werk aanpakken;
  • hij ontwerpt op basis daarvan gevarieerde leeractiviteiten die voor de leerlingen/deelnemers uitvoerbaar zijn, waaruit zij eventueel kunnen kiezen en die hen aanzetten tot zelfwerkzaamheid;
  • hij voert die leeractiviteiten samen met zijn leerlingen/deelnemers uit;
  • hij evalueert die leeractiviteiten en de effecten ervan en stelt ze zonodig bij, voor de hele groep maar ook voor individuele leerlingen/deelnemers;
  • hij signaleert leerproblemen en –belemmeringen en stelt, eventueel samen met collega’s, een passend plan van aanpak of benadering op

 

Om te voldoen aan deze bekwaamheidseis moet de leraar voortgezet onderwijs en bve deze kennis hebben:

Talige concretisering (indicatoren)

Een talige concretisering is te vinden in de volgende taalcompetenties (de 13 doelen van de Nederlandse Taalunie):
1. Gesprekken voeren met leerlingen
2. Beoordelen en toegankelijk maken van teksten
3. Mondeling opdrachten geven
4. Schriftelijk vragen en opdrachten formuleren
5. Een uiteenzetting geven met schriftelijke ondersteuning
6. Een schriftelijke evaluatie geven