Vaktaalwoorden

Omschrijving

Vakbegrippen of vaktermen die in vaklessen als aardrijkskunde, rekenen, biologie worden gebruikt.

Toelichting

Meestal zijn vaktaalwoorden laagfrequente inhoudswoorden die verwijzen naar vakgebonden concepten, zoals interval bij wiskunde of fotosynthese bij biologie. Het zijn woorden die in het dagelijks taalgebruik niet zo veel worden gebruikt en die kinderen veelal op school zullen leren.
Vaktaalwoorden kunnen om verschillende redenen lastig zijn voor leerlingen:
-          vanwege hun wetenschappelijk perspectief (membraan of immuunsysteem bij biologie)
-          vaktermen die in het alledaagse taalgebruik of bij een ander vak een andere betekenis hebben (massa bij natuur- en scheikunde betekent bepaalde hoeveelheid stof; de alledaagse betekenis is grote hoeveelheid)
-          door hun vorm, zoals bij samenstellingen (aggregatietoestand en nikkellegering) en woorden met voor- en achtervoegsels (ontkalking en waardeloos)
Vaktaalwoorden zijn meestal voor alle leerlingen nieuw in een bepaalde vakles, zodat de vakleraar daar meestal wel ruime aandacht aan schenkt. Dit in tegenstelling tot schooltaalwoorden die de vakleraar vaak ten onrechte als bekend veronderstelt.

Zie ook

schooltaalwoorden; toegankelijk maken van teksten; school- en vaktaal; tekstbegrip

Praktijkvoorbeelden

Begripsontwikkeling:

Schriftelijke activiteiten t.b.v. vak: