Een discussie voorbereiden

Een student aan de lerarenopleiding Nederlands geeft (tweemaal) een schrijfopdracht ter voorbereiding van een discussie.

Beschrijving onderwijssituatie

Els, derdejaars student aan de lerarenopleiding Nederlands, laat in een brugklas havo/vwo de leerlingen in twee opeenvolgende lessen discussiëren over een aantal stellingen, waaronder ‘Leerlingen zouden slechte docenten moeten kunnen wegstemmen’. In een klassengesprek gaat Els nader in op het voeren van discussies. In dit voorbeeld zie je twee fragmenten.
Fragment 1 (les 1): Ter voorbereiding van een discussie verzamelen leerlingen argumenten vóór en tegen een stelling. Je ziet hoe Els de opdracht hiervoor geeft.
Fragment 2 (les 2): Door tijdgebrek zijn de leerlingen in les 1 niet aan discussie toegekomen. De theorie omtrent het voorbereiden en voeren van een discussie wordt herhaald. Je ziet Els de opdracht geven.

Kijkvragen

  1. Welke vakinhoud Nederlands komt er uit deze fragmenten naar voren?
  2. Wat valt je op aan de manier waarop Els instructie geeft?
  3. Wat vind je van de discussiestellingen?


Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Opdrachten

  1. Vergelijk de mondelinge opdracht in de fragmenten 1 en 2. Welke verschillen vallen je op? Wat kun je daaruit afleiden over Els haar evaluatie van de discussieopdracht in les 1?
  2. In fragment 1 herhaalt Els de opdracht een aantal keer. Hoeveel keer? Waarom zou ze dat doen? Vind jij het herhalen van opdrachten belangrijk? Waarom wel/niet?
  3. In fragment 1 dicteert Els voor elk groepje een stelling. Hoe zou je dit deel van de opdracht anders kunnen organiseren? Welk alternatief zou jij kiezen? Met welke argumenten?
  4. In fragment 2 werkt Els met een groepsleider. Wat vind jij van die keuze?

Kennisbasis

  1. Els geeft de leerlingen de opdracht om iets op te schrijven. Wat kun je zeggen over de tekstsoort die de leerlingen moeten schrijven? Is hier sprake van een functionele schrijftaak?
  2. De leerlingen schrijven een lijst met argumenten. Welke cognitieve taalfuncties worden met deze opdracht aangesproken?
  3. In fragment 1 schrijft Els ter ondersteuning van de opdracht iets op het bord. Leg uit wat deze bordtekst te maken heeft met de visuele weergave van denkrelaties.
  4. In fragment 1 zegt Els: "Dan kun je zeggen: 'Ja maar, ik bedoelde het zo, of ik wilde het zo uitleggen...en dat is niet waar omdat... Op die manier kun je het uitleggen. Ja?" Leg uit waarom hier sprake is van hardop voordoen van vakmatig redeneren.

Taalcompetenties

3: Mondelinge opdrachten geven 

De leraar kan mondeling opdrachten geven met betrekking tot klassenmanagement en taakuitvoering.          

 In fragment 1 heeft Els de discussieopdracht in onderdelen opgesplitst. Eerst schrijven leerlingen voor zichzelf argumenten voor of tegen een stelling op. Dan gaan ze daar in een groepje over discussiëren. Daarna volgt nog een klassikale discussie. Het logisch verband van de onderdelen lijkt echter niet goed bij de leerlingen over te komen.

 Een opdracht kan toegelicht worden met voorbeelden. Van die mogelijkheid maakt Els geen gebruik. Nergens geeft ze een duidelijk argument voor of tegen bij een van de stellingen.

 Het gaat hier om een complexe opdracht die bestaat uit verschillende stappen. Een schriftelijke ondersteuning kan dan zinvol zijn. Els schrijft (in fragment 1) weliswaar enkele termen op het bord (stelling, 3 argumenten voor, 3 argumenten tegen), maar die bieden maar weinig houvast aan de leerlingen. 

In fragment 1 bemerkt Els dat de leerlingen moeite hebben de mondelinge opdracht te begrijpen. Ze gaat daarom een aantal maal over tot het herformuleren van de opdracht. In fragment 2 wordt de hele opdracht opnieuw uitgevoerd; kennelijk hebben de herformuleringen onvoldoende resultaat opgeleverd.

Opdrachten m.b.t. taalcompetenties

Bestudeer alle aspecten van deze taalcompetentie (3.1 voorbereiden, 3.2 begrijpelijk verwoorden en 3.3 evalueren/bijstellen).

  1. Hoe beoordeel jij het ‘mondeling opdrachten geven’ van Els in respectievelijk fragment 1 en fragment 2?
  2. Wat doet ze goed en wat zou beter kunnen?