Voorbereiding op rollenspel in de kapsalon

Een groep leerlingen in 3 VMBO, bbl en kbl, die de richting Dienstverlening volgen, voeren een gesprek over nare ervaringen in winkels en instellingen ter voorbereiding op het rollenspel “klanten ontvangen in de kapsalon”. 

Beschrijving onderwijssituatie

In deze workshop spelen de leerlingen een rollenspel waarin ze een klant ontvangen in de kapsalon. De workshop heeft de volgende opbouw:

  1. Samen hardop een tekst lezen en van moeilijke woorden uit de tekst zelf bedenken wat ze betekenen (zie praktijkvoorbeeld begripsontwikkeling: klanten ontvangen in de kapsalon)
  2. Ervaringen uitwisselen
  3. Rollenspel doen (zie praktijkvoorbeeld mondelinge activiteiten: rollenspel 'Klanten ontvangen in de kapsalon')

In dit fragment zie je het gesprek over situaties in winkels die leerlingen zelf meegemaakt hebben (onderdeel 2).

Kijkvragen

  1. Hoe controleert de docent of de leerlingen de opdracht hebben begrepen in het eerste stukje van het fragment?
  2. Wat valt je op aan de feedback van de docent?
  3. Zie je verschillen tussen de leerlingen als je let op hun inbreng?


Videofragment



Opdrachten

  1. Wat vind je van het gesprek? En de betrokkenheid van de leerlingen daarin?
  2. Hoe probeer jij leerlingen te betrekken bij dit soort gesprekken?

Kennisbasis

  1. Aan het begin van het tweede stukje vraagt de docent: “Wie heeft er wel eens een ervaring gehad in een winkel of instelling of salon dat je zegt van … nou ik vond het echt heel raar wat ze tegen me zeiden of deden?" Hier is sprake van taalproductie uitlokken. Zie je nog meer voorbeelden waarin de docent taalproductie probeert uit te lokken?
  2. Vragen stellen: wat voor soort vragen stelt de leraar? En wat vind je daarvan? Beargumenteer je antwoord.
  3. Een deel van het gesprek gaat over het begrip “onbeschoft”. In hoeverre vind je dat er sprake is van betekenisonderhandeling? Waarom wel of niet?
  4. Ga na of de docent rekening houdt met verschillen in mondelinge vaardigheden. Licht je antwoord toe.

Taalcompetenties

1: Gesprekken voeren met leerlingen 

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

1.2 De leraar kan goede gesprekken voeren in functie van het doel en de inhoud van het gesprek én aangepast aan het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen.
De docent is geïnteresseerd in de ervaringen van de leerlingen. Ze vraagt door op inbreng van leerlingen en laat ook ruimte aan andere leerlingen. Ze geeft veel complimenten waardoor het ook gemakkelijker wordt voor leerlingen om eigen ervaringen in te brengen.