Kenmerken van een goede leraar

Opleidingscontext

Abou komt uit Burundi. In 2004 zit hij in 3 vmbo en wordt hij geïnterviewd door opleider en vakdidacticus Truus over zijn schoolervaringen en de problemen waar hij tegenaan loopt in het Nederlands(talig)e onderwijs.
Vier jaar later, in 2008, interviewt Truus Abou opnieuw. Abou volgt dan een MBO-opleiding tot exotische dierenverzorger aan het ROC te Velp.

Kijkvragen

Videofragment 1
  1. Aan welke kenmerken moet een goede leraar volgens Abou voldoen?
  2. Ben je het met Abou eens?
  3. Wat bedoelt Abou als hij zegt dat een leraar zich ‘als een jongere’ moet gedragen?
  4. Welke problemen ondervindt Abou in de Nederlandse taal?
  5. Abou draagt zelf al een oplossing aan om deze problemen enigszins te ondervangen. Welke?
 Videofragment 2
  1. Over welke eigenschappen dient een leraar in een multiculturele klas volgens Abou te beschikken?
  2. Zijn Abou’s ideeën hierover in de tussenliggende vier jaar gewijzigd?
  3. Wat valt je op aan Abou’s taalgebruik? Op welke vlakken is het veranderd/verbeterd ten opzichte van vier jaar terug?
  4. Herken je het probleem met humor waarover Abou spreekt uit je eigen lespraktijk?


Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Materialen

  • Davis, J. (1999). 'Speaking my mind.' In: English Journal 88 (4), pp.14-16.
  • Hulshof, H. , Rietmeijer, M. & Verhagen, A. (2006), Taalkunde voor de Tweede Fase van het vwo. Amstyerdam: Amsterdam University Press.
  • Volman, M. (red.), Identiteitsontwikkeling in de school (2005), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Faculteit Educatie
  • Watzlawick, P., J. Beavin & D. Jackson (1970), De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Deventer: Van Loghum Slaterus.