Belangrijke woorden bij wiskunde

Beschrijving onderwijssituatie

De leerlingen uit 4 VMBO krijgen een extra les examentraining wiskunde. Over een paar weken doen ze eindexamen wiskunde, bbl of kbl. De leraar heeft een “geheugensteuntje” gemaakt waarmee de leerlingen gemakkelijker wiskundige berekeningen kunnen maken. Onderaan staan een paar belangrijke wiskundewoorden, waarover de leraar in dit fragment met de leerlingen in gesprek gaat.

Kijkvragen

  1. Hoe betrekt de leraar de leerlingen bij het onderwerp van de les?
  2. Waarom besteedt de leraar aandacht aan deze woorden?


Video fragment



Materiaal

Geheugensteuntje voor het eindexamen wiskunde.

Opdracht

Wat vind je van de manier waarop de leraar de woorden uitlegt?

Kennisbasis

  1. Noteer de belangrijkste begrippen uit dit fragment. Geef bij elk begrip aan of het gaat om schooltaalwoorden of vaktaalwoorden.
  2. Tot welke fase van het didactisch model woordenschatuitbreiding behoort het gesprek over de wiskundige termen?
  3. Noteer de vragen die de leraar stelt. Wat voor soort vragen stelt hij? Wat vind je daarvan? Licht je antwoord toe.

Taalcompetenties

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

 1.2 De leraar kan goede gesprekken voeren in functie van het doel en de inhoud van het gesprek én aangepast aan het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen.

Het belangrijkste gespreksdoel van de docent betreft de leerinhoud: hij wil er zeker van zijn dat de leerlingen weten wat ze moeten doen als ze in toetsvragen op het eindexamen wiskunde woorden als groter, kleiner, hoger, lager et cetera tegenkomen.
Tijdens het gesprek zorgt hij voor een begrijpelijk taalaanbod, hij beeldt een aantal wiskundewoorden uit. Hij stimuleert de taalproductie van leerlingen door veel vragen te stellen. Hij vraagt door op de inbreng van leerlingen.