Reflectiegesprekken over woordleerstrategieën

Een leerling uit Burundi vertelt hoe hij steun heeft gehad aan een woordenboekje toen hij net in Nederland kwam en Nederlands probeerde te leren.

Beschrijving onderwijssituatie

Abou komt uit Burundi. In 2001 kwam hij naar Nederland. Drie jaar later zit hij in 3 vmbo en wordt hij geïnterviewd door Truus, opleider Nederlands. Abou vertelt dat hij veel baat heeft gehad van een woordenboekje Frans-Nederlands, dat hij cadeau kreeg toen hij net in Nederland was.

Vier jaar later, in 2008, interviewt Truus Abou opnieuw. Abou volgt inmiddels een MBO-opleiding tot exotische dierenverzorger. Het woordenboekje komt wederom ter sprake.

Kijkvragen

  1. Fragment 1: Bij welke 2 vormen van taaluitingen gebruikte Abou het woordenboekje?
  2. Fragment 1: Vindt Abou dat hij nu nog hard vooruitgaat in het beheersen van de Nederlandse taal?
  3. Fragment 1: Verwacht hij dat zijn Nederlands in de toekomst nog verbetert?
  4. Fragment 2: Waarom was Abou zo blij met het woordenboekje?

 



Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Opdrachten

  1. Fragment 1: Op welke wijze heeft Abou zichzelf in twee stappen woordbetekenissen aangeleerd?
  2. Wat vind je van die manier?
  3. Fragment 2: Vind je het Nederlands van Abou verbeterd als je het vergelijkt met dat uit fragment, dat 4 jaar eerder is opgenomen? In welk opzicht?

Kennisbasis

  1. Abou heeft zichzelf woordleerstrategieën aangeleerd door de woordbetekenis in een woordenboek op te zoeken en woorden te gebruiken in zinnen tijdens mondeling taalgebruik. Welke woordleerstrategieën ken je nog meer?
  2. Hoe zou een leraar met behulp van het didactisch model woordenschatuitbreiding Abou binnen het onderwijs hebben kunnen helpen met het verwerven van nieuwe woorden en woordbetekenissen?
  3. Op welke punt wijkt in de door Abou beschreven situatie de tweede-taalverwerving af van de gemiddelde (eerste) taalverwerving?