Vakbegrippen voedsel bij biologie

Lio Jasper bespreekt in 1 vmbo-TL vakbegrippen over voedsel die de vorige les zijn behandeld.

Beschrijving onderwijssituatie

In het eerste fragment zie je een gedeelte van de les van lio Jasper. Hij vraagt naar de betekenis van begrippen uit paragraaf 7.2 over voedsel. In de biologieles daarvoor is paragraaf 7.2 uit Nectar behandeld. Na een korte toelichting op het programma van deze les bespreekt Jasper de begrippen uit paragraaf 7.2. Jasper is tweedejaars voltijd student biologie aan een tweedegraads lerarenopleiding.

In het tweede fragment zie je een gedeelte uit het reflectiegesprek dat lio Jasper na de les voert met zijn docent van de lerarenopleiding (Mark).

Kijkvragen

  1. Hoe bespreekt Jasper de vakbegrippen met de leerlingen?
  2. Hoe reageert Jasper op de inbreng van de leerlingen?
  3. Welke opmerkingen maakt opleider Mark over de manier waarop Jasper reageert op de uitleg van kernbegrippen door de leerlingen?


Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Materialen

1. Lesvoorbereiding van Jasper

2. Op het bord staat:

3. Kopie uit biologieboek, par 7.2 Eten of gegeten? p. 118, 119, Nectar ghtv, deel 1 (Akkerman e.a. 2002), 

Opdrachten

  1. Jasper vraagt naar de betekenis van een aantal biologische begrippen die in de vorige les (paragraaf 7.2) zijn behandeld: planteneters, vleeseters, alleseters, voedselrelatie en voedselketen. Wat vind je van de manier waarop Jasper de vakbegrippen met de leerlingen bespreekt?
  2. Hoe bespreek jij de kernbegrippen die je al eerder hebt behandeld?
  3. Opleider Mark geeft een verklaring voor de manier waarop Jasper de kernbegrippen bespreekt. Jasper is het met hem eens. Welke verklaring geven zij? Zie jij andere mogelijke verklaringen?
  4. Wat vind je van de wijze waarop Jasper reageert op de uitleg van de begrippen door de leerlingen?
  5. Opleider Mark merkt op dat uit de uitleg van leerlingen niet altijd valt op te maken of ze het begrip goed hebben begrepen. Welke twee suggesties geeft hij om het begrip beter te controleren?
  6. Bekijk de lesvoorbereiding van Jasper onder Materialen. Wat vind je van de planning? Zijn er zaken die je mist in de lesvoorbereiding? Zo ja, welke?

Kennisbasis

Jasper bespreekt de kernbegrippen om te kijken wat de leerlingen hebben onthouden van de vorige paragraaf. Om welke fase van het didactisch model woordenschatuitbreiding gaat het hier? Hoe zinvol vind je deze lesactiviteit?

Voor de woordenschatopbouw is het van belang dat woorden of vakbegrippen niet los aan bod komen. Geef voorbeelden waar Jasper een begrip relateert aan andere vakbegrippen en geef voorbeelden waar hij dat niet doet.

Taalcompetenties

1: Gesprekken voeren met leerlingen. 

De leraar kan gesprekken voeren met leerlingen als volwaardige gesprekspartners, zowel individueel als in een groep, over onderwerpen die door alle partners aangebracht kunnen worden, en in het bijzonder over leerinhouden. De gesprekken komen de totale ontwikkeling van de leerlingen, en in het bijzonder hun taalontwikkeling, ten goede.

Subdoel 1.2 De leraar kan goede gesprekken voeren in functie van het doel en de inhoud van het gesprek en aangepast aan het taalvaardigheidsniveau van de leerlingen.

Lio Jasper vraagt naar definities van kernbegrippen. Hij stelt vragen naar aanleiding van omschrijvingen van leerlingen, maar de ruimte voor taalproductie blijft klein. Als een leerling er niet helemaal uitkomt, heeft Jasper de neiging om zelf de begrippen in te vullen.