Reflectiegesprek lio Nederlands over leesstrategieën

Een fragment van een reflectiegesprek tussen een opleider en een lio Nederlands over moeilijke woorden bij anderstalige leerlingen.

Beschrijving onderwijssituatie

Hannah is lio Nederlands. Voor de keuzemodule Nederlands als tweede taal deed ze een hardopbegrijpend leesopdracht met een leerling uit 4 gymnasium. De leerling is een meisje uit Koerdisch Irak. Ze is een onderinstromer in het Nederlandse onderwijs. Voor de opdracht heeft Hannah het meisje een pittige tekst-met-vragen uit de leergang Nederlands over soaps voorgelegd en bekeken waar de leerling moeilijkheden heeft met de informatie of met afzonderlijke woorden. De opleider en Hanneke evalueren de praktijkopdracht in de twee videofragmenten. In fragment 1 gaat het om het uitleg van het begrip ‘euthanasie’ en in fragment 2 om begrippen als ‘verguizen’ en ‘intelligentsia’.

Kijkvragen

  1. Van welke woorden begrijpt de leerling de betekenis niet?
  2. Hoe lost Hannah dat op?


Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Materialen

  • Hajer, M. en Meestringa, T. (1995), Schooltaal als struikelblok, didactische wenken voor alle docenten. Bussum: Coutinho

Opdrachten

  1. Volgens de opleider bestaat er van het Nederlandse woord euthanasie mogelijk geen Irakese equivalent? Waarom? Ken jij meer van dat soort Nederlandse woorden? Welke?
  2. Heeft Hannah geprobeerd om de leerling zelf de begripsproblemen te laten oplossen. 
  3. Wat kunnen de voordelen zijn om leerlingen zelf de begripsproblemen bij woorden uit een (vak)tekst op te laten oplossen? Zijn er volgens jou ook nadelen? Indien ja: welke en waarom denk je dat?

Kennisbasis

  1. Op welke wijze maakt Hannah teksten toegankelijk?
  2. Zou ze dat ook op andere manieren kunnen doen?
  3. Leg aan de hand van het woord 'intelligentsia' (regel 28) uit hoe Hanna leesstrategieënhardop had kunnen voordoen.
  4. Welke meerwaarde heeft dat voor leerlingen?
  5. Vind jij begrippen als ‘verguizen’, ‘gebiologeerd’ en ‘intelligentsia’ uit de begrijpend leestest bij het vak Nederlands vaktaalwoorden of schooltaalwoorden?
  6. Waarom vind je dat?

Taalcompetenties

2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten

De leraar kan teksten beoordelen op toegankelijkheid voor zijn leerlingen en kan die teksten zo nodig via mondelinge en schriftelijke ingrepen toegankelijk maken.

Subdoelen

2.2 De leraar kan teksten voor zijn leerlingen toegankelijk maken via schriftelijke en mondelinge ingrepen.
Dit veronderstelt dat de leraar:
(2) tijdens het gebruik mondelinge ingrepen kan doen op het vlak van:

Hannah legt de betekenis van woorden uit, die de leerling niet snapt na lezing van de tekst. Ze kan dat bijvoorbeeld doen door voorbeelden of synoniemen van de woorden te geven. Vervolgens is het belangrijk om te controleren of de leerlingen het woord ook echt begrepen heeft. Dat kun je doen door de leerlingen zelf een voorbeeld te laten geven. Je kunt dat ook doen door leerlingen begrippen aan elkaar te laten uitleggen. Op deze manieren kun je als docent vakteksten toegankelijker maken voor én door de leerlingen.