Reflectiegesprek lio maatschappijleer over tekstbegrip

Een fragment van een reflectiegesprek tussen een opleider en een lio maatschappijleer over begrijpend lezen.

Beschrijving onderwijssituatie

Lio Fenna volgt de universitaire lerarenopleiding maatschappijleer. Ze loopt stage op een scholengemeenschap VMBO-T/H/V met 25% anderstalige leerlingen. Voor een opdracht NT2 (Nederlands als tweede taal) onderzocht ze de leergang maatschappijleer die op haar stageschool wordt gebruikt op typisch Nederlandse voorkennis en voor NT2-leerders moeilijk taalgebruik.

In dit gesprek reflecteert Fenna samen met haar opleider op leraarvaardigheden 'vakbegrippen uitleggen' en 'hardop voordoen van leesstrategieën' om leerlingen krantenartikelen, die ze gebruikt in haar les maatschappijleer, beter te laten snappen.

Kijkvragen

  1. Waar hebben Fenna’s leerlingen in de lessen maatschappijleer vooral moeite mee?
  2. Welke strategieën gebruikte Fenna om haar leerlingen te helpen moeilijke teksten te begrijpen?


Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Materialen

  • Hajer, M. en Meestringa, T. (1995), Schooltaal als struikelblok, didactische wenken voor alle docenten. Bussum: Coutinho

Opdrachten

Fenna vertelt dat er in de reguliere lessen geen tijd is om de 'struikelblokken' (moeilijke woorden) uit krantenartikelen met leerlingen te bespreken. Dat lukt haar wel in de Keuzewerktijd-uren (KWT).

  1. Over wat voor soort woorden zou Fenna het hier hebben?
  2. Kun je uit de eigen lespraktijk woorden noemen waaraan jij extra aandacht moet besteden?
  3. Fenna vertelt hoe ze bij het uitleggen van die moeilijke woorden te werk gaat. Ze noemt een paar strategieën. Welke strategieën zijn dat?
  4. Welke van deze strategieën gebruik jij zelf in je lessen? Gebruikt je ook nog andere? Indien ja: welke en waarom?
  5. Hoe controleer jij of leerlingen bepaalde woorden hebben begrepen? Vergelijk dat met de manier waarop Fenna dat zegt te doen.
  6. Fenna werkt met krantenartikelen wat voor leerlingen veel moeilijker is dan teksten uit schoolboeken, herken jij dit probleem?
  7. Fenna benoemt 'begrijpelijk overkomen' bij de leerlingen als het moeilijkste van de learenopleiding. Herken je dat? Wat vind jij het moeilijkst?

Kennisbasis

  1. In de theorie maken we onderscheid tussen vaktaalwoorden en schooltaalwoorden. Tot welke categorie zullen de 'struikelblokken' van Fenna behoren? Geef argumenten.
  2. Fenna reflecteert in het fragment op het uitleggen van vakbegrippen. Licht toe hoe ze dat doet.
  3. Fenna geeft in het fragment een voorbeeld van toegankelijk maken van teksten. Hoe zou je krantenartikelen nog meer toegankelijker kunnen maken voor de leerlingen?
  4. Hardop voordoen van leesstrategieën: welke leesstrategieën zou je kunnen toepassen bij het werken met een krantenartikel in je vakles?

Taalcompetenties

2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten 

De leraar kan teksten beoordelen op toegankelijkheid voor zijn leerlingen en kan die teksten zo nodig via mondelinge en schriftelijke ingrepen toegankelijk maken.

 Subdoelen

2.2 De leraar kan teksten voor zijn leerlingen toegankelijk maken via schriftelijke en mondelinge ingrepen.
Dit veronderstelt dat de leraar:
(2) tijdens het gebruik mondelinge ingrepen kan doen op het vlak van:

Fenna onderneemt verschillende activiteiten om woorden en begrippen in krantenartikelen voor de leerlingen te verduidelijken. Ze doet dat bijvoorbeeld door voorbeelden en synoniemen van de woorden te geven. Ook koppelt ze terug naar de leerlingen om te controleren of de leerlingen het woord begrepen hebben. Dat doet ze door de leerlingen zelf een voorbeeld te laten geven. Je kunt dat ook doen door leerlingen begrippen aan elkaar te laten uitleggen. Op deze manieren kun je als docent vakteksten toegankelijker maken voor de leerlingen.