Slachtoffers en daders in de oorlog

Een les over twee historische vakbegrippen in een 4 havo-klas. Een leraar laat leerlingen door middel van het inleven in diverse casussen samen onderhandelen over de betekenis van de begrippen 'slachtoffer' en 'dader' in een oorlogssituatie.

Beschrijving onderwijssituatie

De les gaat over dader- en slachtofferschap in de Tweede Wereldoorlog. Een leraar laat leerlingen zich in echt bestaande mensen inleven en vraagt hen vervolgens om voor de klas op volgorde van grootste dader naar grootste slachtoffer te gaan staan. Dit doet hij om te laten zien dat de begrippen 'dader' en 'slachtoffer' in de oorlog lastig eenduidig te hanteren zijn. De invulling van de begrippen blijkt genuanceerder te liggen dan de leerlingen aanvankelijk dachten.

Kijkvragen

Bij fragment 1:
- Op welke manier wordt het thema door de leraar geïntroduceerd?

Bij fragment 2
- Hoe worden de leerlingen door de opdracht aangezet om na te denken over de begrippen 'dader' en 'slachtoffer'?
- Wat is de rol van de leraar bij het op volgorde zetten van de leerlingen?
- Vraagt de leraar hierbij goed door bij de leerlingen?

Bij fragment 3:
- Hoe probeert de leraar de leerlingen tot nadenken te stimuleren?
- Hoe geeft de leraar feedback?



Videofragmenten



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij fragment 1.

Fragment 2

Klik hier voor het transcript bij fragment 2.

Fragment 3

Klik hier voor het transcript bij fragment 3.

Materialen

  • Bekijk hier de lesuitwerking en het lesmateriaal van de leraar.

Opdrachten

  1. De docent probeert de leerlingen te laten nadenken over de begrippen dader, slachtoffer en schuld in de Tweede Wereldoorlog aan de hand van werkelijke personen en situaties.
    A) Wat vind je van deze werkvorm?
    B) Werkt deze werkvorm hier goed?
  2. De leerlingen praten/discussiëren vervolgens met elkaar en de docent over de plaats van hun personages en daarmee over de invulling van de begrippen 'dader' en 'slachtoffer'. Wat vind je van de manier waarop de docent dit gesprek leidt/begeleidt? Wat had hij daarbij volgens jou kunnen verbeteren?

Kennisbasis

  1. Lees de lemma’s betekenisonderhandeling en betekenisonderhandeling organiseren:
    A) Is er in deze les sprake van ‘kennis als een vaststaand gegeven’ of wordt er ‘kennis geconstrueerd in contact met anderen’? Licht je antwoord toe. 
    B) Hoe probeert de docent met zijn didactische werkvorm ‘inlevingsopdracht: leven onder de bezetting’ en door zijn bijdrage in het klassengesprek ervoor te zorgen dat de leerlingen de invulling van de begrippen 'slachtoffer' en 'schuld' samen verkennen?
    C) Vindt er volgens jou in deze les bij de leerlingen daadwerkelijk leren plaats? Waarom wel/niet?
  2. Lees het lemma taalproductie uitlokken:
    A) Hoe probeert de docent door de opdracht en in de fragmenten taalproductie uit te lokken bij de leerlingen?
    B) Had hij de leerlingen nog meer tot taalproductie kunnen uitlokken? Indien ja: hoe?
  3. Lees het lemma vragen stellen:
    A) Wat voor vragen stelt de docent in fragment 2 en 3 aan de leerlingen?
    B) Waarom stelt hij die vragen, denk je?
    B) Vraagt hij naar jouw idee genoeg door: waar wel en niet en waarom?
  4. Lees het lemma feedback geven:
    A) Hoe geeft de docent feedback op de uitingen van de leerlingen?
    B) Helpt hij de leerlingen hun antwoord preciezer te formuleren?
  5. Lees het lemma integrale didactiek TVO: context, interactie, taalsteun:
    A) Licht toe hoe in de lesopzet en de fragmenten sprake is van de drie pijlers context, interactie en taalsteun?
    B) Op welke van deze pijlers zie jij nog verbeterpunten? Welke?
  6. Lees het lemma ontwerpen van taalgerichte vaklessen:
    A) Vind je deze lesopzet een goed ontwerp van een taalgerichte vakles? Waarom wel/niet?
    B) Hoe komt die taalgerichtheid volgens jou uit de verf in de geselecteerde fragmenten?
    C) Hoe had de docent door zijn bijdrage in die fragmenten de les nog taalgerichter kunnen laten zijn?


** Met dank aan Leraar in Opleiding (LIO) geschiedenis René Vonk van het Instituut Leraar en School van de Radboud Universiteit Nijmegen. LEONED  mag dit opleidingsmateriaal gebruiken met toestemming van hem en de gefilmde leerlingen van zijn stageschool.