Schriftelijke verwerking van een biologieproef

Leerlingen (4 havo/4 vwo) en hun biologiedocent bespreken drie aspecten van een schriftelijke verwerkingsopdracht bij een practicum: samen schrijven, het publiek waarvoor je schrijft en actieve taalverwerking.

Beschrijving onderwijssituatie

Op het Montessori College te Nijmegen hebben leerlingen van 4 havo en 4 vwo voor het vak biologie een practicum uitgevoerd en daarover een verslag geschreven. In het practicum werd onderzocht wanneer er grensplasmolyse optreedt als een aardappel in een zoutoplossing wordt gedaan.

Het was niet de eerste keer dat deze leerlingen een verslag moesten schrijven. Het was wel de eerste keer dat ze voorafgaand aan de proef een theoretische verhandeling, onderzoeksvraag, hypothese en werkplan moesten opstellen. In de praktijk gebeurde dat vaak achteraf volgens de leerlingen (zie video).

De leerlingen werkten samen in groepjes van drie. Daardoor werden zij gedwongen om na te denken over de beste aanpak om samen (een verslag) te schrijven.
Hieronder zijn videofragmenten opgenomen die betrekking hebben op drie aspecten van de schrijfopdracht:

  • samen schrijven
  • het publiek
  • actieve taalverwerking

Per aspect komen steeds de drie betrokken partijen aan het woord: twee meisjes uit 4 vwo, drie jongens uit 4 havo en hun biologiedocent Wim. De interviewer is lerarenopleider Piet-Hein (ILS/RU).

Deel 1 "samen schrijven"

Kijkvragen

  1. Welk verschil in aanpak is er tussen de 4v-meisjes en de 4h-jongens bij het schrijven van het verslag?

  a. Welke aanpak heeft jouw voorkeur?
  b. Waarom?
   2. Hoe zou jij een dergelijke opdracht formuleren en wat is daarbij jouw visie op schrijven of samenwerking?



Videofragmenten deel 1



Transcript 1

Klik hier voor het fragment bij transcript 1.

Transcript 2

Klik hiervoor het fragment bij transcript 2.

Transcript 3

Klik hier voor het fragment bij transcript 3.

Transcript 4

Klik hier voor het fragment bij transcript 4.

Samenvatting onderdeel "samen schrijven"

De leerlingen kregen twee lesuren (= 100 minuten) de tijd om het verslag te schrijven. De twee groepjes pakten het op verschillende manieren aan. De meisjes hebben het werk verdeeld en vonden het niet lastig om het verslag binnen de gestelde tijd te schrijven. De jongens hebben echt teamwerk geleverd. Hun aanpak was tijdrovender, maar leverde uiteindelijk - naar eigen zeggen - meer op. De informatie die zij afzonderlijk hadden gevonden, bespraken zij met elkaar alvorens het verslag te schrijven. Ook het daadwerkelijke typen hebben ze met zijn drieën aangepakt.
De docent onderkent deze verschillen. Hij geeft aan dat hij de actieve taalproductie van zijn leerlingen bij het schrijven van hun verslagen graag nog meer zou volgen, maar dat daarvoor de tijd ontbreekt. Over het algemeen is hij dik tevreden over de aanpak van de leerlingen bij het samen schrijven. Hij is heel trots op de resultaten die zij hebben geboekt.

Deel 2: "publiek"

Kijkvragen

  1. In hoeverre lijkt de tekst van de meisjes inderdaad op die van een betoog? Op welke punten wijkt het verslag daarvan af? Zie hiervoor ook de richtlijnen die op school aan de leerlingen zijn uigereikt (onder het kopje ‘materialen’).
  2. Waaruit blijkt dat de leerlingen bij het schrijven van het verslag rekening hebben gehouden met hun publiek?
  3. Waarom is het belangrijk dat leerlingen bij een schrijfopdracht een publiek voor ogen houden?
  4. De biologiedocent noemt drie citeria waaraan de leerlingverslagen omwille van de leesbaarheid moeten voldoen. Kun je er nog twee bedenken?


Videofragmenten deel 2



Transcript 1

Klik hier voor het fragment bij transcript 1.

Transcript 2

Klik hier voor het fragment bij transcript 2.

Transcript 3

Klik hier voor het fragment bij transcript 3.

Transcript 4

Klik hier voor het fragment bij transcript 4.

Samenvatting onderdeel "publiek"

Voor wie hebben de leerlingen hun verslag nu geschreven? In eerste instantie voor hun biologiedocent. Na gerichte vragen van interviewer Piet-Hein komen de meisjes tot de conclusie dat hun verslag het meest lijkt op een betoog en dat er bepaalde voorkennis nodig is om dit verslag goed te kunnen begrijpen, onder andere omdat er meer vaktaal in zit dan in verslagen voor andere vakken.
Ook de jongens zeggen dat er specifieke voorkennis (van biologie) nodig is om het verslag te kunnen lezen. Zij menen echter dat datzelfde geldt voor verslagen van andere vakken, zoals Nederlands. Ze kunnen dat echter niet concretiseren.
Docent Wim noemt drie criteria voor de leesbaarheid van het verslag: (1) anderen moeten het kunnen lezen zonder haperingen, (2) ze moeten snappen wat er gedaan is en (3) ze moeten ook kunnen navertellen hoe de proef is verlopen.

Deel 3: "actieve taalverwerking"

Kijkvragen

  1. Welke meerwaarde heeft het schrijven van een verslag volgens de leerlingen?
  2. Wat is het rendement volgens de docent biologie?
  3. Wat is volgens jou het rendement van deze schrijfopdracht?
  4. Welke tip zou je de docent kunnen geven om het lezen van de verslagen door derden zó te sturen dat leerlingen er nog meer van opsteken?


Videofragmenten deel 3



Transcript 1

Klik hier voor het fragment bij transcript 1.

Transcript 2

Klik hier voor het fragment bij transcript 2.

Transcript 3

Klik hier voor het fragment bij transcript 3.

Samenvatting onderdeel "actieve taalverwerking"

De jongens en meisjes denken na over wat ze nu precies geleerd hebben over het schrijven van een verslag. Piet-Hein vraagt: wat heb je nu precies geleerd, wat is het rendement van de schrijfopdracht?
De meisjes hebben twee dingen geleerd: op het inhoudelijke vlak weten ze nu meer over het onderwerp grensplasmolyse. Maar ook hebben ze geleerd hoe je gedegen verslaglegging (van een proef) doet. Ze weten nu bijvoorbeeld dat er een hypothese en werkplan opgesteld en een inleiding en discussie geschreven moeten worden. Ze hebben gemerkt dat je, door het schrijven van een theoretische inleiding, vanzelf vertrouwd raakt met de stof.
Bij de jongens werkte het ook zo. Eén van hen zegt zelfs letterlijk dat hij niet meer zou weten wat grensplasmolyse is als hij er geen verslag over had geschreven. Schrijven helpt dus om te onthouden.
Docent Wim heeft zijn handleiding op dit onderdeel aangepast. In de herschreven versie wordt meer aandacht besteed aan het belang van het schrijven van een verslag. Juist door dat schrijven (= actieve taalverwerking) zijn de leerlingen bij deze proef in staat geweest om informatie om te zetten in kennis.

Materialen

Samen schrijven

  • Rijlaarsdam, G. (2005). ‘Observerend leren. Een kernactiviteit in taalvaardigheidsonderwijs’.

Deel 1: Ontwerpadviezen uit onderzoek verkregen. In: Levende Talen Tijdschrift, jrg. 6, nr. 4, pp. 10-20.
Deel 2: Praktijkvoorbeelden. In: Levende Talen Tijdschrift, jrg. 6, nr. 4, pp. 21-28.

  • Vellekoop, H. (2005), ‘Kenner & Co maken een krant. Samenwerkend schrijven in het VO.’ In: Levende Talen Magazine, nr. 7, 2005, pp. 8-10.
  • Wiel, A.M. van de & Ven, P.H. van de (2003), ‘Schrijven in het studiehuis’. In: Moer, nr. 1, 2003, pp. 3-11.

Publiek

  • Hier vind je de richtlijnen voor het schrijven van een betoog, die gelden op het Montessori College Nijmegen.
  • Hier vind je de passage over het schrijven voor publiek in de herschreven handleiding bij de practicum.

Actieve taalverwerking

  • Hier vind je de passage in de herschreven handleiding van het practicum waarin het belang/doel van de proef en het schrijven van een verslag benadrukt wordt.

Opdrachten

Voor lio’s

  1. Leg, op basis van het voorgaande materiaal, aan een mede-lio uit waarom vakdocenten aandacht zouden moeten besteden aan het geven van deugdelijke schriftelijke opdrachten. Koppel dit aan het aspect van het overdragen en beklijven van vakkennis.
  2. Pak een handleiding van een schriftelijke verwerkingsopdracht die leerlingen voor jouw vak moeten uitvoeren.

   a. Bespreek met een leerling die deze opdracht gaat maken/heeft gemaakt wat hij/zij precies moet gaan doen (proces),       hoe het product eruit moet gaan zien en welke eisen aan proces en product worden gesteld.
   b. Bespreek je bevindingen met de docent die de opdracht geformuleerd heeft en kom samen tot een tweede versie.
   c. Stel samen met de docent een checklist op van aandachtspunten die hij/zij de volgende keer kan gebruiken bij het formuleren van een schriftelijke verwerkingsopdracht voor leerlingen.

Voor scholen

  3. Maak een afspraak met docenten van diverse vakken. 

  a. Laat docenten elkaars teksten voor leerlingen (bijv. opdrachten) voorlezen. Laat de docenten in eigen woorden      uitleggen wat hun collega's van leerlingen verwachten m.b.t. proces, product en eisen.
  b. Rond het gesprek af met duidelijke voornemens voor het herschrijven van de teksten door de betreffende docenten.
  c. Beleg eventueel een tweede gespreksronde waarin ook de herschreven teksten worden besproken. Bespreek daarin    ook hoe leerlingen met de tekst omgingen.
  d. Stel als school een checklist op van aandachtspunten die de vaksecties kunnen gebruiken bij het formuleren van  schriftelijke verwerkingsopdrachten voor leerlingen.

Kennisbasis

  1. Wat moet een vakdocent volgens jou weten van onderstaande onderwerpen om deugdelijke schriftelijke verwerkingsopdrachten aan zijn leerlingen te kunnen aanbieden?
  • tekststructuren,
  • (her)schrijfprocessen,
  • het geven van feedback,
  • de rol van taal bij leren,
  • genre-kenmerken,
  • vakspecifieke concepten/begrippen,
  • woordenschatdidaktiek

  2.  Vind je dat die kennisbasis identiek moet zijn voor een docent Nederlands en voor docenten van andere vakken?

Taalcompetenties

Vakinhoudelijke en didactische competentie Vereisten Kennis - Bekwaamheidseis 10 

Heeft kennis van de invloed van taalbeheersing en taalverwerving op het leren en weet daar in de praktijk rekening mee te houden.

  •  Het kunnen geven van goede schrijfopdrachten aan leerlingen
  • Het kunnen schrijven van een deugdelijke handleiding
  • Het kunnen geven van feedback op product en proces
  • Het leerlingen kunnen verduidelijken hoe en waarom ze commentaar kunnen geven op elkaars teksten.
  • Het kunnen beoordelen van een originele tekst en de herschreven versie(s)
  • Het kunnen verwerken van kritiek op een tekst