Cultureel bepaalde voorkennis bij maatschappijleer

Een fragment van een reflectiegesprek tussen een opleider en een lio maatschappijleer over veronderstelde typisch Nederlandse culturele voorkennis in de door de lio bestudeerde leergang maatschappijleer.

Beschrijving onderwijssituatie

Lio Fenna volgt de universitaire lerarenopleiding Maatschappijleer. Ze loopt stage op een scholengemeenschap VMBO-T/H/V met 25% anderstalige leerlingen. Ze onderzocht de methode maatschappijleer van haar school op typisch Nederlandse culturele voorkennis. In een reflectiegesprek met de opleider bespreekt ze twee voorbeelden:

- Het (on)begrip van een Afghaanse leerling over de relatie oorlog en welvaart.
- Het meevechten van Molukkers aan de kant van de Nederlanders tijdens de tweede wereldoorlog.

Kijkvragen

  1. Welke voorbeelden van typisch Nederlandse voorkennis kwam Fenna tegen in de methode die ze haar allochtone leerling voorlegde?
  2. Heeft Fenna de veronderstelde kennis meteen opgemerkt? Waarom wel/niet?


Videofragmenten



 

Opdrachten

  1. Fenna had in haar onderzoek te maken met een Afghaanse leerling en zijn  (on)begrip van de relatie tussen oorlog en welvaart. Denk je dat het hier gaat om  cultureel bepaalde voorkennis? Leg uit waarom je dat wel of niet vindt.
  2. Hoe zou Fenna in het vervolg dit soort veronderstelde cultureel bepaalde  voorkennis eerder of nog beter kunnen herkennen? 
  3. Herken je de ervaring van Fenna? Kun je een voorbeeld geven uit jouw  lespraktijk waarbij je eraan voorbij ging dat er bepaalde voorkennis  werd verondersteld, die voor jou zo logisch is?
  4. Fenna geeft (aanvankelijk) aan dat ze de veronderstelde typisch Nederlandse  voorkennis in de door haar bestudeerde leergang maatschappijleer wel vindt  meevallen. Hoe is dat bij de leergang die jij op school gebruikt?

Kennisbasis

  1. Fenna praat over pre- en misconcepten bij haar Afghaanse leerling. Leg uit welk concept deze leerling heeft over de relatie tussen de begrippen welvaart en  oorlog. En hoe is het concept van die relatie bij (de gemiddelde) Nederlander?
  2. Fenna vertelt dat ze bepaalde begrippen en gebeurtenissen toelicht voor de leerlingen, bijvoorbeeld als er in de leergang staat dat de Molukkers meevochten aan de kant van Nederlands, dan licht zij mondeling toe waarom dat zo was. Hoe zou Fenna deze vakbegrippen en relaties ook nog op een andere manier kunnen (laten) uitleggen?
  3. Leg uit welke aspecten van interculturele communicatie spelen in de situatie van het (on)begrip tussen Fenna en haar Afghaanse leerling?

Taalcompetenties

2: Beoordelen en toegankelijk maken van teksten

De leraar kan teksten beoordelen op toegankelijkheid voor zijn leerlingen en kan die teksten zo nodig via mondelinge en schriftelijke ingrepen toegankelijk maken.

Subdoelen 2.1.: 

De leraar kan verschillende soorten teksten beoordelen op aangepastheid aan het doel en zijn leerlingen, op bruikbaarheid in de klas, op culturele impact. Hij kan zo nodig schriftelijke en mondelinge ingrepen bedenken om de tekst toegankelijk te maken voor gebruik in de klas.

Fenna beseft dat niet voor al haar leerlingen vanzelfsprekend is dat ze snappen waarom de Molukkers meevochten aan de kant van de Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog. Ze lichtte de passage uit de methode maatschappijleer mondeling toe voor de leerlingen. Ze is blij dat ze dat deed, vooral toen later bleek dat er een vraag over werd gesteld in de toets.