Conjunctuur in de economie

Beschrijving onderwijssituatie

Een leraar Economie laat vwo 5-leerlingen oefenen met een werkwijze waarmee ze toets- en examenvragen gerichter kunnen lezen. Hij noemt deze aanpak ‘Give me 5’: de leerlingen moeten in vijf stappen de vraag ontleden, de gebruikte vakbegrippen definiëren en een antwoord formuleren. Na een klassikale uitleg gaan de leerlingen zelf aan het werk (fragment 2). De klassikale uitleg van de leraar is voor deze casus niet van belang, maar is terug te zien bij praktijkvoorbeeld 'Give me 5 - vragen in de economieles'.

Kijkvragen

  1. Welke begrippen leveren bij deze twee leerlingen problemen op?
  2. Wat doen ze om de problemen op te lossen?
  3. Slagen ze daar ook in?


Videofragment



Fragment 1

Klik hier voor het transcript bij het fragment.

Opdrachten

  1. Beschrijf wat jij in jouw lessituatie doet om je leerlingen lastige vakbegrippen aan te leren.
  2. Zoek in een woordenboek of op internet de begrippen ‘conjunctureel’, ‘structureel’ en ‘werkloosheid’ op. Doe dat voor de begrippen apart, en in samenhang. Noteer kort wat je vindt. 

Kennisbasis

  1. ‘Conjunctuur’ is een vaktaalwoord uit het vakgebied Economie. Waarom levert dit begrip voor deze twee leerlingen problemen op? Kijk ook wat bij woordenschat wordt gezegd over ‘de belangrijkste barrières in schoolboekteksten’.
  2. Lees de informatie bij woordbetekenis. Stel vast of (en in welke mate) hier sprake is van pre- of misconcepten. Probeer te  reconstrueren wat voor concept beide leerlingen bij het label ‘conjunctuur’ in hun hoofd hebben.
  3. Wat doen de leerlingen om hun probleem opgelost te krijgen? Raadpleeg woordleerstrategieën en bedenk ook of je andere strategieën herkent, behalve de hier genoemde.
  4. De leraar probeert beide leerlingen het vakbegrip ‘conjunctuur’ uit te leggen. In welke mate zie je de genoemde ‘uitjes’ in deze uitleg terug? Zie je zelf nog meer mogelijkheden om ze toe te passen?